HOVO Alkmaar
  • Hoger Onderwijs Voor Ouderen (HOVO) Alkmaar: cursussen voor 50-plussers
  • Hoger Onderwijs Voor Ouderen (HOVO) Alkmaar: cursussen voor 50-plussers

U maakt kennis met opvattingen van filosofen over schoonheid en kunst. Wat hebben zij vanaf de Griekse oudheid tot in onze tijd daarover te zeggen, naar welke kunstwerken verwijzen zij en welke kunstenaars hebben zich door bepaalde filosofen laten inspireren? U krijgt daarmee inzicht in de belangrijkste vragen van de esthetica en de kunstfilosofie. Tevens krijgt u de gelegenheid om met elkaar na te gaan hoe deze vragen een rol spelen in de klassieke en hedendaagse kunst. Na afloop beschik u over enkele handvatten om zelfstandig en met elkaar te filosoferen over schoonheid en kunst. De bijeenkomsten hebben een thematische opzet, waarbij elk thema wordt belicht vanuit een klassiek en een modern perspectief.



Bijeenkomst 1 & 2: Kunst, moraal en de verbeelding van het kwaad
De cursus begint met twee bijeenkomsten waarin u eerst kennis maakt met de esthetica en kunstfilosofie in het algemeen. Vervolgens onderzoeken we de opvattingen van Plato (427 – 347 v.Chr.) en Nietzsche (1844 – 1900) over Kunst, moraal en de verbeelding van het kwaad. In welk opzicht heeft de kunst volgens Plato een opvoedkundige functie, op welke wijze wordt dit door Nietzsche ter discussie gesteld en wat betekent dit voor de verbeelding van het kwaad?


Bijeenkomst 3 & 4: Lineair perspectief en het bezielde lichaam
In twee volgende bijeenkomsten over Lineair perspectief en het bezielde lichaam onderzoeken we de rol van het lichaam in de ervaring van het kunstwerk. U maakt kennis met de filosofie van de waarneming van Merleau-Ponty (1908 - 1961) en zijn kritiek op de mechanistische opvatting van de waarneming van Descartes (1596 - 1650). In welk opzicht doet de visie van Descartes afbreuk aan de lichamelijke betrekking van de mens met de wereld en gaat dit gepaard met een afstandelijke manier van kijken? De schilderijen van Cézanne (1839 - 1906) getuigen echter van een nieuwe manier van kijken die gepaard gaat met een herstel van de lichamelijke betrekking met de wereld.

Bijeenkomst 5 & 6: Over het schone
Vervolgens zijn er twee bijeenkomsten over het 'schone' waarin we stil staan bij de aard van de schoonheidservaring. Wat bedoelen we als we zeggen dat een landschap of een kunstwerk mooi is? Om een antwoord op die vraag te vinden maakt u kennis met de esthetica van Kant (1724 - 1804). We zullen nagaan hoe zijn opvattingen over het spel van de verbeelding en verstand een rol spelen in de ervaring van schoonheid. Vervolgens zullen we ingaan op de kanttekeningen die Gadamer (1900 - 2002) plaatst bij de esthetica van Kant. Tevens maakt u kennis met zijn opvatting over de hermeneutische structuur van de esthetische ervaring en de betekenis ervan voor het interpreteren van kunst.

Bijeenkomst 7 & 8: Over het sublieme in de kunst
Tijdens deze twee bijeenkomst gaat de aandacht uit naar de ervaring van het 'sublieme' in de kunst. In de 18de eeuw waren zowel Edmund Burke (1729 – 1797) als Immanuel Kant (1724 - 1804) van mening dat het sublieme fundamenteel verschilt van het schone. Het sublieme komt centraal te staan in de romantiek en luidt volgens sommigen het einde in van een traditie van de schone kunsten. Om dit inzichtelijk te maken zullen we nagaan hoe het sublieme een rol speelt in het werk van hedendaagse kunstenaars zoals Guido van de Werve of James Turell. Tegelijk zien we hoe in de filosofie van François Lyotard (1924 - 1998) weer andere aspecten van de ervaring van het sublieme worden belicht. Hij wijst o.a. op de rol van het sublieme in het werk van Barnett Newman, bij wie het sublieme zich manifesteert in een intensief gevoel van aanwezigheid in het hier en nu.

Bijeenkomst 9 & 10: Het tijdperk van het einde van de kunst, en daarna...
Volgens Arthur Danto (1924 – 2013) moet de moderne kunstenaar zijn werk in toenemende mate filosofisch verantwoorden. Hij knoopt daarvoor aan bij de door Hegel (1770-1831) geformuleerde stelling over het 'einde van de kunst'. Hegel beschouwt de kunst in haar historische ontwikkeling van symbolische kunst naar de romantiek. Het einde van de kunst treedt op doordat het kunstwerk (noodzakelijkerwijs) niet meer verwijst naar iets buiten zichzelf, maar een reflexief karakter krijgt. Volgens Hegel kan het tijdperk van het einde van de kunst meer dan 1000 jaar in beslag nemen. Vraag is hoe wij zijn stelling moeten verstaan en hoe zij door Arthur Danto - vanuit een discussie met Clement Greenberg (1909 - 1994) - wordt uitgewerkt in zijn analyse van de moderne kunst.

Docent
Drs. Arthur d’ Ansembourg (1960) studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en München. Sinds 2002 is hij als filosoof werkzaam in het volwassenenonderwijs. Hij geeft voornamelijk cursussen op het gebied van de esthetica- en kunstfilosofie. Tevens begeleidt hij socratische gesprekken over kunst en verzorgt hij filosofische rondleidingen in museale instellingen. In 2018 verscheen van hem 'Er zit iets achter. Over filosofie en kunst'. Uitgegeven door ISVW-uitgeverij.


  

Aantal bijeenkomsten
10
Dag en datum

woensdag 29 januari; 12 en 26 februari; 11 en 25 maart; 8 en 22 april; 6 en 20 mei; 3 juni

Tijd

13:15 - 15:45 uur

Prijs

€ 295,-

Studiemateriaal

Powerpointpresentaties worden als PDF digitaal ter beschikking gesteld na iedere bijeenkomst.

Aanbevolen literatuur

Arthur d’ Ansembourg, Er zit iets achter. Over filosofie en kunst. ISVW, 2018

Werkvorm

Hoorcollege met ruimte voor vragen en discussie

Aanmelden Aanmelding vindt plaats via de website van Inholland Academy, erkend partner van HOVO Alkmaar, klik hier! 

Terug naar cursusoverzicht

© 2010-2019 HOVO Alkmaar | Disclaimer | 088 - 466 3030 | facebook.com/hovoalkmaar | hovo.alkmaar@inholland.nl