Introductie
In een reeks van 8 hoorcolleges wordt een beeld geschetst van de Nederlandse literatuur vanaf het allereerste, bekende literaire zinnetje “Hebban olla vogala…” tot aan de opschudding die Robert Vuijsje begin 2009 veroorzaakte met zijn roman Alleen maar nette mensen. Er wordt een overzicht gegeven van bekende en onbekende werken van populaire en minder populaire auteurs, van stromingen, genres, “-ismes”, en van invloeden vanuit het buitenland.
Tevens wordt aandacht besteed aan onderdelen van de literatuurtheorie, wat is literatuur, heeft literatuur een functie, en zo ja, welke? Wat is vertelperspectief, hoe wordt spanning opgebouwd, wat is registrale kunst, is er verschil tussen sagen, mythes en legenden, hoe ‘speelt’ een auteur met verteltijd en vertelde tijd, wat voor soort personages kunnen worden onderscheiden, en zo voort.
Aan de hand van een PowerPoint-presentatie met foto’s, teksten, afbeeldingen, beeld- en geluidsfragmenten wordt de geschiedenis van de schatkamer van de Nederlandse letterkunde in kaart gebracht.
Inhoud colleges1. Inleiding & vroege Middeleeuwen: Wat is literatuur (en wat niet), voorbeelden van Oud- en vroeg Middelnederlandse literatuur, vervaardiging van perkament, de hoofse literatuur van Van Veldeke, de ‘voorhoofse’ Karelromans, de hoofse Arturromans.
2. De Middeleeuwen: de werken van Jacob van Maerlant, het begrip ‘fictie’, sprookjes, sagen, mythes en legenden, de ‘locus amoenus’, de allegorie, geestelijke en didactische literatuur, fabels, satire en Reinaert de Vos.
3. Rederijkers en vroege Renaissance: toneel in de stad, vervaardiging van papier, uitvinding van de boekdrukkunst, vagantenliteratuur, ‘rétorique extra ordinaire’, liederen en refreinen.
4. De Gouden eeuw: het Wilhelmus, Renaissance, wat is poëzie, het sonnet, het embleem, Hooft, Bredero, Huygens en Vondel, de bouw van de eerste Nederlandse schouwburg, de functie van tragedie en komedie.
5. Classicisme en Verlichting: anti-idealistische dichters, reisverhalen, de schelmenroman, ‘Robinsonades’, tijdschriften en kinderdichten, kenmerken van de roman, de begrippen ‘tijd & personages’, de roman-in-brieven, Sara Burgerhart.
6. De 19e eeuw: Sentimentalisme en Romantiek, de historische roman, humoristische dichters, tendensliteratuur, Max Havelaar, de opmars der vrouwen, dominee-dichters.
7. De periode tot 1940: het toneel, realisme en naturalisme, de Beweging van Tachtig, neo-romantiek, avant-garde, Vestdijk, Elsschot, Bordewijk, het tijdschrift Forum, schrijvende vrouwen.
8. Literatuur na 1945: de Vijftigers, ‘ontluisterend proza’, wat is ‘spanning’?, modern en postmodern proza, poëzie in de jaren ’70 en ’80, de generatie Nix, prijzen, bloemlezingen, de canon, en het ‘open einde’…
Docent drs. Kees Borkus
Drs. Kees Borkus is freelance literatuurhistoricus en studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij heeft een voorliefde voor Middelnederlandse refreinen in ‘t sotte en de humoristische dichters uit de 19e eeuw.
|
docent drs. C. Borkus freelance literatuurhistoricus |
werkvorm hoorcollege met gelegenheid tot discussie en eigen inbreng |
dag en tijd woensdag 13.15- 15.45 uur
|
|
|
studiebelasting enkele uren zelfstudie per week |
periode 29/9 – 6/10 – 13/10 – 20/10 – 3/11 – 10/11 – 17/11 – 24/11 - 31/11 - 8/12 |
|
cursusprijs € 160,- |
||
|
cursusnummer O-110049 |